De Nationale Staalbank groeit door: van ambitie naar schaalbaar hergebruik van staal

Circulariteit in de staalbouw krijgt steeds meer vorm. Waar hergebruik van constructiestaal enkele jaren geleden vooral werd toegepast binnen losse pilotprojecten, ontstaat inmiddels een bredere beweging waarin opdrachtgevers, aannemers, ontwerpers, staalbedrijven en andere ketenpartners samenwerken aan structureel hergebruik.

Een belangrijke rol daarin is weggelegd voor de Nationale Staalbank. Door beschikbare staalstromen inzichtelijk te maken en vraag en aanbod met elkaar te verbinden, moet voorkomen worden dat technisch goed herbruikbaar staal onnodig wordt afgevoerd of omgesmolten.

EECULAIR is één van de partners van de Nationale Staalbank en draagt vanuit de praktijk bij aan deze ontwikkeling. Maar waar staat de markt op dit moment en welke stappen zijn nodig om circulair staalgebruik verder op te schalen?

We vroegen het aan Mart Mensink, aanjager Circulariteit van DuSpot, de onafhankelijke matchingstool voor herbruikbare materialen. Vanuit zijn betrokkenheid bij circulaire materiaalstromen ziet hij drie belangrijke ontwikkelingen rondom de Nationale Staalbank: een groeiende markt, een steeds breder netwerk en de stap van enthousiasme naar daadwerkelijke uitvoerbaarheid.

1. De vraag naar herbruikbaar staal groeit

Volgens Mart neemt de vraag naar herbruikbaar en circulair staal duidelijk toe: “Steeds meer opdrachtgevers, aannemers en adviseurs sturen binnen projecten op CO₂-reductie, lagere MKI-scores, circulariteit en aantoonbaar hergebruik,” geeft Mart aan.

Staal is daarvoor een interessante materiaalstroom. Constructiestaal kan technisch vaak goed opnieuw worden toegepast, terwijl de productie van volledig nieuw staal een relatief grote milieu-impact heeft. Hoogwaardig hergebruik kan daarom een belangrijke bijdrage leveren aan het verlagen van de milieu-impact van bouwprojecten.

Toch waarschuwt Mart ervoor om de huidige groei direct als exponentieel te bestempelen.

“De belangstelling groeit snel, maar beschikbaarheid, kwaliteit, timing en projectplanning bepalen nog sterk of vraag en aanbod elkaar daadwerkelijk vinden.”

Er ligt volgens hem dus veel potentie, maar structurele opschaling ontstaat niet vanzelf. Daarvoor zijn betere materiaaldata, verdere standaardisatie en vooral een eerdere betrokkenheid van hergebruik binnen projecten nodig.

De Nationale Staalbank als schakel tussen vraag en aanbod

Juist op dat punt speelt de Nationale Staalbank een belangrijke rol. Het platform maakt staalstromen zichtbaar voordat het materiaal wordt omgesmolten of afgevoerd en brengt beschikbare materialen onder de aandacht van partijen die ze opnieuw kunnen toepassen.

“Daarmee ontstaat een praktische schakel tussen beschikbaar donorstaal en de concrete vraag vanuit projecten,” aldus Mart.

Het doel gaat daarmee verder dan alleen het verzamelen van materiaalgegevens. De Nationale Staalbank moet ervoor zorgen dat projecten, organisaties en regio’s elkaar gemakkelijker vinden en bestaande staalstromen zo hoogwaardig mogelijk worden benut.

Voor EECULAIR sluit deze ontwikkeling direct aan op de praktijk: bestaand staal behouden en ervoor zorgen dat het een volwaardige nieuwe toepassing krijgt binnen bouw- en renovatieprojecten.

2. Van koplopers naar samenwerking in de hele keten

Naast een groeiende vraag ziet Mart ook dat het netwerk rondom circulair staal steeds breder wordt.

“In het begin zijn het vaak de koplopers die aanhaken: circulaire staalbedrijven, innovatieve aannemers, slopers, constructeurs en duurzaamheidsadviseurs. Inmiddels zie je dat ook grotere bouwbedrijven, opdrachtgevers, kennisorganisaties en regionale partijen interesse tonen.”

Die verbreding is volgens hem essentieel.

Hergebruik van staal kan namelijk alleen op grotere schaal plaatsvinden wanneer verschillende schakels binnen de keten hun werkwijze op elkaar afstemmen. Een sloper of demontagebedrijf moet tijdig kunnen aangeven welk materiaal vrijkomt, terwijl opdrachtgevers en ontwerpers juist vroeg duidelijk moeten maken welk staal zij nodig hebben.

Ook engineers en constructeurs spelen daarin een belangrijke rol.

“Je hebt engineers nodig die durven ontwerpen met beschikbaar materiaal en opdrachtgevers die ruimte geven in planning, specificaties en aanbesteding.”

Circulariteit is daarmee niet uitsluitend een materiaalvraagstuk. Het is minstens zo sterk een organisatorisch vraagstuk waarbij samenwerking tussen verschillende partijen noodzakelijk is.

Een volgende fase voor de Nationale Staalbank

Landelijk is er volgens Mart volop interesse in de verdere opschaling en doorontwikkeling van de Nationale Staalbank. Steeds meer partijen herkennen zowel de urgentie als de mogelijkheden van circulair staalgebruik.

De volgende stap is daarom om circulariteit verder van ambitie naar praktijk te brengen. Samen met partners uit de keten wordt gewerkt aan het toepassen van de NTA in de praktijk en aan een aanpak waarmee het hergebruik van staal op grotere schaal georganiseerd kan worden.

Het komende jaar ligt de aandacht onder andere op:

  • het koppelen van beschikbare staalvoorraden aan voorraadhoudende staalhandelaren;
  • het ontwikkelen van een standaard voor circulaire sloopinventarisaties rondom staal;
  • het ontwikkelen van een standaard voor herbruikbaarheidsscans;
  • het ontwikkelen van een standaarduitvraag voor donorstaal binnen ontwerpen;
  • het inzichtelijk maken van herbruikbaar staal voor opdrachtgevers, ontwerpers en uitvoerende partijen;
  • het realiseren van koppelingen met ontwerpsoftware, zodat beschikbaar staal eerder in projecten kan worden meegenomen;
  • het verbeteren van de samenwerking en afspraken tussen sloop, handel, ontwerp en uitvoering;
  • en het verder uitbreiden van het netwerk.

“Hoe meer partijen, projecten en materiaalstromen onderdeel worden van hetzelfde netwerk, hoe groter de kans dat vraag en aanbod elkaar daadwerkelijk vinden,” stelt Mart.

3. De uitdaging verschuift naar praktische uitvoerbaarheid

Dat de interesse in circulair staal groeit, betekent niet dat grootschalige toepassing al eenvoudig is. Volgens Mart ligt daar juist één van de belangrijkste ontwikkelingen van dit moment.

“De grootste uitdaging zit wat mij betreft niet in de motivatie, maar in de praktische uitvoerbaarheid.”

Daarbij spelen verschillende vraagstukken.

Timing van vraag en aanbod

Een belangrijk knelpunt is het moment waarop staal beschikbaar komt.

Een constructie wordt bijvoorbeeld in januari gedemonteerd, terwijl een geschikt nieuwbouwproject het materiaal pas maanden later nodig heeft. Zonder goede planning, opslag of een depotfunctie bestaat het risico dat bruikbaar staal alsnog richting recycling gaat.

“Staal komt vrij op het moment dat een gebouw of constructie wordt gedemonteerd, maar de vraag ontstaat vaak op een ander moment.”

Daarom is het belangrijk om al vóór de daadwerkelijke demontage inzichtelijk te hebben welk materiaal vrijkomt en welke toekomstige toepassingen mogelijk zijn.

Zekerheid over kwaliteit en certificering

Voor constructief staal zijn veiligheid en betrouwbaarheid vanzelfsprekend belangrijke voorwaarden.

Partijen moeten zekerheid hebben over zaken als herkomst, staalkwaliteit, specificaties, keuring en documentatie. Ook aansprakelijkheid moet goed geregeld zijn.

“Partijen moeten erop kunnen vertrouwen dat donorstaal veilig en verantwoord opnieuw kan worden toegepast.”

Dat vertrouwen ontstaat onder andere door uniforme werkwijzen voor inspectie, kwaliteitscontrole en registratie.

Ontwerpen met wat beschikbaar is

Ook het ontwerpproces verandert wanneer hergebruik het uitgangspunt wordt.

Binnen traditionele bouwprojecten wordt eerst bepaald wat nodig is. Vervolgens worden materialen met exact die specificaties ingekocht.

Bij hergebruik moet dat proces volgens Mart gedeeltelijk worden omgedraaid.

“Je moet eerst kijken wat beschikbaar is en vervolgens bepalen hoe je daar in het ontwerp of de detaillering rekening mee kunt houden.”

Dat vraagt meer flexibiliteit van ontwerpers, constructeurs en opdrachtgevers. Digitale koppelingen tussen materiaalvoorraden en ontwerpsoftware kunnen daarbij een belangrijke stap vooruit betekenen. Hierdoor kan al tijdens het ontwerpen zichtbaar worden welke circulaire materialen beschikbaar zijn.

Duidelijke juridische en contractuele afspraken

Daarnaast zijn heldere afspraken nodig over onder andere eigendom, garanties, prestaties en aansprakelijkheid.

Wie is verantwoordelijk voor het staal na demontage? Wie laat het materiaal keuren? Wie draagt het risico tijdens opslag en transport? En welke garanties kunnen aan een volgende gebruiker worden gegeven?

“Als daar vooraf onvoldoende duidelijkheid over bestaat, blijven opdrachtgevers en aannemers terughoudend.”

Standaardisering is daarom niet alleen nodig op technisch vlak, maar ook in contracten en samenwerkingsafspraken.

Zonder goede data geen goede match

Tot slot is de kwaliteit van de beschikbare informatie doorslaggevend.

Alleen aangeven dat er ergens staal beschikbaar komt, is onvoldoende. Voor een mogelijke afnemer moeten bijvoorbeeld afmetingen, staalkwaliteit, hoeveelheden, locatie, beschikbaarheidsdatum, foto’s en documentatie bekend zijn.

“Een marktplaats werkt alleen wanneer het aanbod goed wordt ingevoerd. Zonder goede data ontstaat onzekerheid.”

Hoe completer die informatie beschikbaar is, hoe sneller partijen kunnen bepalen of een partij staal geschikt is voor hun project.

Hergebruik moet veel eerder in het project beginnen

Volgens Mart ligt een belangrijk deel van de oplossing in het moment waarop over hergebruik wordt nagedacht.

“De belangrijkste stap is om hergebruik van staal veel eerder in het projectproces te organiseren. Niet pas in de uitvoeringsfase, maar al bij initiatief, ontwerp, sloopvoorbereiding en aanbesteding.”

Bij bestaande gebouwen betekent dit dat vroeg moet worden geïnventariseerd welke constructiedelen geschikt zijn voor hergebruik. Bij nieuwe projecten moet tegelijkertijd eerder worden gekeken naar bestaande materiaalvoorraden.

Door die twee processen beter met elkaar te verbinden, ontstaat meer tijd om beschikbare materialen en toekomstige projectvraag op elkaar af te stemmen.

De Nationale Staalbank kan daarin volgens Mart een belangrijke verbindende functie vervullen.

“Het gaat niet alleen om het zichtbaar maken van vraag en aanbod, maar ook om het samenbrengen van de partijen rondom die staalstromen.”

Juist de combinatie van een digitaal platform, een sterk ketennetwerk en praktische kennis moet ervoor zorgen dat de sector de stap kan maken van incidenteel hergebruik naar een structurele aanpak.

Van interesse naar professioneel organiseren

Voor de komende periode verwacht Mart daarom vooral verdere professionalisering. Betere materiaaldata, meer aangesloten ketenpartners, meer praktijkprojecten en duidelijkere afspraken over kwaliteit moeten ervoor zorgen dat circulair staal gemakkelijker toepasbaar wordt.

Daarnaast zullen opdrachtgevers volgens hem een steeds belangrijkere rol krijgen door hergebruik concreet op te nemen in hun uitvragen en projecten.

“De markt beweegt van ‘interesse in circulair staal’ naar ‘organiseren hoe we het betrouwbaar, schaalbaar en projectmatig kunnen toepassen’. Daar zit volgens mij de echte ontwikkeling.”

En juist die ontwikkeling vraagt om samenwerking.

Als één van de partners van de Nationale Staalbank draagt EECULAIR hier actief aan bij. Door praktijkkennis, beschikbare staalstromen en verschillende partijen uit de keten samen te brengen, werken we aan een toekomst waarin hoogwaardig staalhergebruik niet de uitzondering is, maar steeds vaker een volwaardig onderdeel van het bouwproces.

Want de volgende stap in circulaire staalbouw draait niet alleen om de ambitie om materialen opnieuw te gebruiken. Het draait vooral om het organiseren van de voorwaarden waarmee dat ook daadwerkelijk, betrouwbaar en op grotere schaal mogelijk wordt.